Nucleaire transporten

Met één lading splijtstof maakt EPZ ongeveer vier jaar elektriciteit. Daarna verliest de splijtstof te veel rendement maar is nog wel voor 95 procent herbruikbaar. EPZ vervoert gebruikte splijtstof per spoor naar de recyclingfabriek van Areva in het Franse Cap la Hague. Daar worden de nuttige grondstoffen, uranium en plutonium, teruggewonnen voor hergebruik. Dat vermindert het gebruik van natuurlijk uranium. Het radioactief afval komt terug naar Nederland.

De transporten vinden plaats per spoor en zijn veilig. De transportcontainers zijn uitgebreid getest op bestendigheid tegen onverhoopte extreme ongelukken. Calamiteiten leiden niet tot het vrijkomen van de radioactieve inhoud of radioactieve lozingen. Er reist beveiliging mee met de transporten in verband met de handhaving van de openbare orde.

De afgelopen dertig jaar heeft EPZ  al het teruggewonnen materiaal hergebruikt. De vijf procent radioactief afval die overblijft na recycling komt voor opslag eveneens per spoor in veilige containers terug naar Nederland. Niet alleen kerncentrale Borssele past dit procedé toe. Hetzelfde principe wordt gevolgd in Frankrijk, Japan en andere landen.

Veilig transport

Veiligheid en zorgvuldigheid staan voorop bij al het transport van radioactief materiaal. Transporten vinden al sinds 1976 plaats als onderdeel van de bedrijfsvoering van EPZ. In die periode zijn er geen veiligheidsincidenten geweest.

Wereldwijd zijn al tientallen jaren vele duizenden van dit soort transporten uitgevoerd. De gebruikte containers zijn robuust en bestand tegen extreme ongelukken. De transportcontainers zijn bestand tegen de zwaarste (trein-)ongelukken en blijven onder alle omstandigheden intact. Lekken is uitgesloten. Ze zijn en blijven hermetisch gesloten. De transporten zijn permanent beveiligd om te voorkomen dat activisten of kwaadwillenden iets gaan proberen.

Laden en lossen

De gebruikte splijtstofelementen worden in de kerncentrale onder water in de container geladen. De transportcontainer wordt hermetisch gesloten en ‘vacuüm getrokken’. Bij (uiterst onwaarschijnlijke) lekkage gaat lucht van buiten naar binnen en lekken radioactieve stoffen dus niet naar het milieu. De dikke stalen mantel schermt ook de straling af.

Voor de containers de centrale verlaten wordt vastgesteld dat de buitenzijde niet met radioactieve stoffen is verontreinigd. De metingen worden op verschillende momenten herhaald en gecontroleerd door de overheid.

In Frankrijk wordt de container in een beschermde ruimte ontladen waarna de splijtstof in een bassin onder water wordt opgeslagen waar het wacht op recycling. Alle handelingen zoals het beladen, verplaatsen en uiteindelijk weer openen van de verpakkingen gebeurt onder streng toezicht.

Metingen

Wie langs het spoor staat tijdens een transport, loopt geen verhoogde stralingsdosis op. Wie met meetinstrumenten naast het spoor gaat staan, kan de straling wel meten. Deze straling is echter zo laag dat die ook voor meereizende personen altijd binnen alle wettelijke normen blijft. De dosis die je op enkele meters afstand van de container oploopt, is vergelijkbaar met de dosis die je zou oplopen tijdens een vliegreis.

Wie doet de metingen en waarom?

Er zijn drie instanties betrokken bij de metingen aan de transporten.

  1. EPZ meet of zij de transportverpakking schoon en binnen de wettelijke stralingslimieten transportklaar oplevert.
  2. COVRA controleert of de op de trein geplaatste transportverpakking en de wagon schoon en binnen de stralingslimieten klaar zijn voor vertrek.
  3. Het Rijksinsitiuut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) controleert onafhankelijk namens de overheid of EPZ en COVRA de metingen zorgvuldig hebben uitgevoerd door de meetproeven nogmaals uit te voeren.


Wat wordt gemeten?

De straling die het nucleaire transport mag afgeven, ligt wettelijk vast.

  • Op de buitenzijde van de container moet het dosistempo lager liggen dan 2 mSv per uur. Een gemiddeld transport van EPZ geeft minder straling af: 0,1 mSv per uur.
  • Op twee meter afstand is de wettelijke limiet minder dan 0,1 mSv per uur. Een gemiddeld transport van EPZ geeft op twee meter afstand 0,02 mSv/uur af.

De nucleaire transporten van EPZ blijven dus ruimschoots onder de wettelijke stralingsnormen.

Als vuistregel geldt overigens voor deze transporten dat de straling rechtevenredig met de afstand afneemt. Neem je twee keer zoveel afstand tot de container, dan wordt het stralingstempo twee keer zo laag. Eventuele radioactieve besmetting op de buitenkant van de container wordt gecontroleerd met zogenaamde veegproeven. Met een filterdoek wordt op ruim veertig vast omschreven plekken de containerhuid gepoetst. Daarna worden de filterdoeken doorgemeten op radioactieve besmetting; de resultaten worden uitgedrukt in Becquerel (Bq) per cm2.

Er wordt onderscheidt gemaakt tussen alfa en bètastraling (alfastraling is minder doordringend dan bètastraling, maar gevaarlijker bij inwendige besmetting):

  • Voor alfastraling geldt een wettelijke limiet van 0,4 Bq per cm2.
  • Voor bètastraling geldt een wettelijke limiet van 4 Bq per cm2.

EPZ zorgt er met haar schoonmaakwerk en controles altijd voor dat zij ruimschoots onder deze wettelijke limieten blijft, en hanteert daarvoor bedrijfslimieten die een factor 10 lager zijn dan de hierboven vermelde wettelijke limieten voor alfa- en bètastraling. De uiteindelijk bij vertrek aangetroffen waardes variëren per transport maar zijn altijd zo laag dat ze verwaarloosbaar zijn.