Er zijn drie verschillende soorten radioactieve straling: alfa-, bèta- en gammastraling. Alle drie kunnen ze schadelijk zijn bij lange of regelmatige blootstelling of hoge doses.

Alfastraling bestaat uit relatief grote en zware deeltjes die vrijkomen uit een uiteenvallend atoom. We kunnen ze eenvoudig en goed tegenhouden; een blad papier is daarvoor al voldoende. Alfastralende stoffen zijn eigenlijk alleen belastend voor de gezondheid als we ze via voedsel of ademhaling in ons lichaam krijgen. Met controles en eenvoudige maatregelen zoals adembescherming kun je dit voorkomen.

Bètastraling bestaat uit lichtere deeltjes. Ze dringen dieper in de materie door, maar ze kunnen niet door een aluminium plaat of door drie meter lucht. Ook tegen bètastraling kunnen we ons goed beschermen.

Gammastraling bestaat uit elektromagnetische golven. Die penetreren verder in de materie. Een voorbeeld is de röntgenstraling die in ziekenhuizen wordt gebruikt. We kunnen ons tegen ongewenste gammastraling beschermen door de bron af te schermen met water, lood of beton.

Veel stoffen zenden gelijktijdig bètadeeltjes en gammastralen uit.