Resultaten van het eerste SOER - zelfonderzoek na de gebeurtenissen in Fukushima.

Na 'Japan' is  SOER 2011-2 uitgevaardigd. SOER 2011-2 bevat concrete punten voor de controle van de veiligheidsvoorzieningen van kerncentrales om extreme gebeurtenissen het hoofd te bieden. Het is een verificatie of alles gereed is om in die extreme situaties (overstroming, aardbeving, brand) ook daadwerkelijk te functioneren. Kortweg: heb je wat je zegt dat je hebt en werkt het ook. De SOER wordt door de aangesloten kerncentrales zelf uitgevoerd en is dus een vorm van zelfonderzoek.

Borssele heeft in de loop der jaren veel extra voorzieningen aangebracht voor onverwachte extreme gebeurtenissen. Het ontwerp is aangepast door de marges voor overstroming en aardbeving te vergroten. Zogenaamde ‘accident management’-voorzieningen zijn in de installatie aangebracht of op het terrein opgeslagen om in ‘onmogelijke’ omstandigheden de gevolgen te beperken. Speciale procedures voor ongevallen waarbij de reactorkern toch beschadigd raakt, zijn ingevoerd en worden geregeld geoefend. Al deze voorzieningen zijn in het SOER-zelfonderzoek meegenomen. De resultaten van SOER 2011-2 laten zien waar EPZ zich op enkele punten nog kan verbeteren.

De bevindingen zijn gerapporteerd aan WANO. SOERs zijn eigendom van de WANO en vallen onder de geheimhoudingsregels van WANO. Vanwege het bijzondere karakter van de gebeurtenissen in Japan heeft WANO opgeroepen de resultaten van SOER 2011-2 met de toezichthouder te delen. Daarmee zijn ze in principe openbaar. Vandaar dat EPZ de resultaten op haar site beschikbaar mag maken.

Download de resultaten van het onderzoek onderaan deze pagina.