Resultaten van het tweede SOER - zelfonderzoek na de gebeurtenissen in Fukushima.

Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Fukushima van 11 maart 2011 heeft de WANO haar leden een tweede Significant Operating Experience Report (SOER) toegezonden. Net als bij de eerste SOER moet kort na het ongeluk in Fukushima elke kerncentrale aan de WANO rapporteren of zij aan de gestelde aanbevelingen voldoet of hoe zij daar aan gaat voldoen.

Deze tweede ‘SOER 2011-3 Fukushima Daiichi Nuclear Station Spent Fuel Pool/Pond Loss of Cooling and Makeup’ beschrijft de problemen met het opslagbassin voor splijtstofelementen die in Fukushima ontstonden na de aard- beving en de tsunami.

Na de tsunami in Fukushima viel (onder meer) de koeling uit van het opslagbassin voor gebruikte splijtstofelementen. Zo’n splijtstofopslagbassin is een groot, diep bad waarin de gebruikte elementen in rekken staan opgeslagen om af te koelen. Omdat gebruikte splijtstof nog jaren lang restwarmte produceert moet ook het bassin worden gekoeld. Het water schermt bovendien de straling van de elementen goed af.

Alle zes éénheden in Fukushima hebben een eigen opslagbassin. Reactor 4 was buiten bedrijf voor onderhoud en de gebruikte splijtstof was daarom in zijn geheel in het opslagbassin geplaatst. Daardoor was de warmteproductie in dit opslagbassin veel groter dan bij de andere éénheden. Toen de koeling wegviel, ging het koelwater in het bassin uiteindelijk koken. Men was bang dat door de oplopende temperatuur schade zou ontstaan aan de splijtstof (achteraf blijkt dat dit niet is gebeurd).