De kerncentrale wordt voortdurend onderworpen aan veiligheidsonderzoeken. De resultaten van de onderzoeken en veiligheidsmeldingen zijn te vinden in deze rubriek.

INES-meldingen

Binnen de nucleaire industrie geldt sinds 1990 de INES-schaal als maatstaf voor storingen en incidenten. De INES-schaal is er voor nucleaire en radiologische gebeurtenissen in kerncentrales; transportgebeurtenissen of gebeurtenissen met radioactieve bronnen in onder meer ziekenhuizen. Zoals de schaal van Richter wordt gebruikt om aardbevingen in te schalen, wordt de INES-schaal internationaal gehanteerd om de ernst van storingen in nucleaire installaties aan te duiden.

EPZ onderzoekt zelf bij elke storing wat de oorzaak en de ernst van het gevolg is. Op basis van dit onderzoek doet EPZ een voorstel voor de INES-indeling. EPZ publiceert deze voorlopige INES-meldingen al voor ze definitief zijn.

Het is echter de overheid (de Kernfysische Dienst) die, op grond van de EPZ-rapportage en op basis van eigen onderzoek, de definitieve INES-beoordeling doet. De Kernfysische Dienst ziet er ook op toe, dat verbeteringsmaatregelen naar aanleiding van storingen adequaat worden uitgevoerd. Jaarlijks rapporteert de Kernfysische Dienst aan de Tweede Kamer over de opgetreden storingen in alle Nederlandse nucleaire installaties.

Bekijk alle INES-meldingen van voorgaande jaren:

 

Rapportages

04-05-2015: Resultaten IAEA-veiligheidsonderzoek KCB (OSART)
Het Operational Safety Review Team (OSART) van het Internationale Atoom Energie Agentschap (IAEA) uit Wenen heeft bij de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS, Ministerie van Infrastructuur en Milieu) de resultaten van het onderzoek bij kerncentrale Borssele (september 2014) opgeleverd.
 
Lees in deze rapportage de Nederlandstalige samenvatting (inclusief toelichting van EPZ) en het volledige Engelstalige OSART-rapport:
PDF icon  OSART volledig rapport-ENGELS

 

08-04-2015: Ultrasoon onderzoek naar Doel 3 waterstofvlokken in Borssele
EPZ publiceert het volledige onderzoeksprotocol van de zoektocht naar waterstofvlokken (Doel-haarscheurtjes) in het reactorvatstaal van kerncentrale Borssele. In het reactorvat van de Belgische kerncentrale in Doel zijn tienduizenden verdachte indicaties gevonden voor waterstofvlokken; in het reactorvat van kerncentrale Borssele nul.
 
Lees de resultaten van het onderzoek:

 

02-01-2012: Tweede zelfonderzoek veiligheid kerncentrale na gebeurtenissen Fukushima
Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Fukushima van 11 maart 2011 heeft de WANO haar leden een tweede Significant Operating Experience Report (SOER) toegezonden. Net als bij de eerste SOER moet kort na het ongeluk in Fukushima elke kerncentrale aan de WANO rapporteren of zij aan de gestelde aanbevelingen voldoet of hoe zij daar aan gaat voldoen.

Deze tweede ‘SOER 2011-3 Fukushima Daiichi Nuclear Station Spent Fuel Pool/Pond Loss of Cooling and Makeup’ beschrijft de problemen met het opslagbassin voor splijtstofelementen die in Fukushima ontstonden na de aard- beving en de tsunami.

Na de tsunami in Fukushima viel (onder meer) de koeling uit van het opslagbassin voor gebruikte splijtstofelementen. Zo’n splijtstofopslagbassin is een groot, diep bad waarin de gebruikte elementen in rekken staan opgeslagen om af te koelen. Omdat gebruikte splijtstof nog jaren lang restwarmte produceert moet ook het bassin worden gekoeld. Het water schermt bovendien de straling van de elementen goed af.

Alle zes éénheden in Fukushima hebben een eigen opslagbassin. Reactor 4 was buiten bedrijf voor onderhoud en de gebruikte splijtstof was daarom in zijn geheel in het opslagbassin geplaatst. Daardoor was de warmteproductie in dit opslagbassin veel groter dan bij de andere éénheden. Toen de koeling wegviel, ging het koelwater in het bassin uiteindelijk koken. Men was bang dat door de oplopende temperatuur schade zou ontstaan aan de splijtstof (achteraf blijkt dat dit niet is gebeurd).

 
02-11-2011: Publieksversie Europees robuustheidsonderzoek
In 2011 is in opdracht van de EU het Europese Robuustheidsonderzoek voor kerncentrales (Complementary Safety margin Assessment, of CSA) uitgevoerd. De kerncentrale heeft op alle onderzochte gebieden extra veiligheidsmarges bovenop de marges in de ontwerpeisen. Tevens zijn mogelijkheden vastgesteld waarmee deze marges nog worden vergroot.
 
Op 31 oktober 2011 rapporteerde EPZ de resultaten van het onderzoek aan minister Verhagen van het ministerie van EL&I en zijn alle resultaten op onze website gepubliceerd. Uit het onderzoek blijkt dat de centrale en de organisatie beter zijn voorbereid op denkbare en ondenkbare gebeurtenissen dan wordt geëist. Het nemen van aanvullende maatregelen om de veiligheidsmarge verder te verruimen is in lijn met het gevoerde beleid van voortdurend verbeteren. Al sinds 1973 toetst EPZ de kerncentrale periodiek aan de stand der techniek en voert daarna veiligheidsverbeteringen door. Daardoor blijft de KCB bij de veiligste kerncentrales in de wereld behoren.
 
De uitkomsten van het Complementary Safety margin Assessment:
1. Kerncentrale Borssele is veilig
2. De centrale voldoet aan de ontwerpeisen
3. Er zijn marges bovenop de ontwerpeisen
4. Er zijn mogelijkheden om nog robuuster te worden
 
Lees de resultaten van het onderzoek:
 
 
01-05-2011: Eerste zelfonderzoek veiligheid kerncentrale na gebeurtenissen Fukushima
Na 'Japan' is SOER 2011-2 uitgevaardigd. SOER 2011-2 bevat concrete punten voor de controle van de veiligheidsvoorzieningen van kerncentrales om extreme gebeurtenissen het hoofd te bieden. Het is een verificatie of alles gereed is om in die extreme situaties (overstroming, aardbeving, brand) ook daadwerkelijk te functioneren. Kortweg: heb je wat je zegt dat je hebt en werkt het ook. De SOER wordt door de aangesloten kerncentrales zelf uitgevoerd en is dus een vorm van zelfonderzoek.
 
Borssele heeft in de loop der jaren veel extra voorzieningen aangebracht voor onverwachte extreme gebeurtenissen. Het ontwerp is aangepast door de marges voor overstroming en aardbeving te vergroten. Zogenaamde ‘accident management’-voorzieningen zijn in de installatie aangebracht of op het terrein opgeslagen om in ‘onmogelijke’ omstandigheden de gevolgen te beperken. Speciale procedures voor ongevallen waarbij de reactorkern toch beschadigd raakt, zijn ingevoerd en worden geregeld geoefend. Al deze voorzieningen zijn in het SOER-zelfonderzoek meegenomen. De resultaten van SOER 2011-2 laten zien waar EPZ zich op enkele punten nog kan verbeteren.
 
De bevindingen zijn gerapporteerd aan WANO. SOERs zijn eigendom van de WANO en vallen onder de geheimhoudingsregels van WANO. Vanwege het bijzondere karakter van de gebeurtenissen in Japan heeft WANO opgeroepen de resultaten van SOER 2011-2 met de toezichthouder te delen. Daarmee zijn ze in principe openbaar. Vandaar dat EPZ de resultaten op haar site beschikbaar mag maken.
 
Lees de resultaten van het onderzoek: