Het antwoord is ja. Radioactief materiaal waarmee onverantwoord wordt omgesprongen is gevaarlijk. Daarom moet je radioactiviteit zorgvuldig uit het milieu houden en stralingsbronnen afschermen. Doe je dat zoals het hoort, dan zijn de gevaren goed beheersbaar.

Voor het begrip van de gevaren is het goed om onderscheid te maken tussen radioactieve stoffen en de straling die ze uitzenden.

Is radioactiviteit gevaarlijk?

Regelmatige of langdurige blootstelling aan te veel straling is ongezond.

Je kunt niet besmet worden door straling

Straling loop je op als dosis. Zodra de stralingsbron weg is, houdt dit op. Vergelijk het met zonlicht. Ga je in de zon staan, dan loop je een dosis zonnestralen op. Ga in de schaduw staan, dan houdt de blootstelling op. Datzelfde geldt voor radioactieve straling. Sta je dicht bij iets staan dat straalt, dan loop je een dosis op. Maar scherm je de stralingsbron af, dan is het risico weg.

Regelmatige of langdurige blootstelling aan te veel straling is ongezond. Het kan cellen beschadigen waardoor op je op lange termijn kanker kan krijgen. Door je te beschermen, kun je dit gevaar dus wegnemen.

Je kunt wel besmet worden door radioactieve stoffen

Dat is gevaarlijk. Als je een radioactieve stof op je kleding hebt of hebt ingeslikt, draag je namelijk permanent een stralingsbron bij je. In zo’n geval loop je net zo lang straling op als de bron op je kleding of in je lichaam zit. Voorkomen dat je in aanraking komt met radioactieve stoffen neemt het gevaar weg. Ben je toch in aanraking gekomen met radioactieve stoffen, dan is het belangrijk dat de stof wordt verwijderd (behandelen, wassen, spoelen).

Natuurlijke straling

De gevolgen van radioactieve straling zijn afhankelijk van de stralingsdosis. Hoe hoger de dosis, hoe groter de schade aan het lichaam. De dosis wordt uitgedrukt in milliSievert.

Je lichaam wordt voortdurend blootgesteld aan kleine hoeveelheden natuurlijke radioactieve straling. Dat noemen we achtergrondstraling. Jaarlijks lopen we in Nederland ongeveer 2,5 milliSievert achtergrondstraling op, deze dosis is niet schadelijk is voor je gezondheid.

Een deel is afkomstig uit de aarde en is afhankelijk van de hoeveelheid kalium, radium, thorium en uranium in de plaatselijke grondsoort. Daarnaast is er kosmische straling. Hoe verder van het aardoppervlak verwijderd, hoe hoger de stralingsbelasting. Journalisten die na het ongeluk in Fukushima ter plaatse verslag wilden doen, kregen meer straling tijdens de langdurige vlucht dan tijdens het verblijf in Japan. Ook in onze bouwmaterialen bevinden zich radioactieve stoffen. In een huis van beton en baksteen is de stralingsbelasting tussen de 30 en 40 procent hoger dan in een houten huis.

De achtergrondstraling is vooral van belang om de ernst van de extra bestraling door kunstmatige stralingsbronnen in perspectief te kunnen plaatsen. 

De grootste kunstmatige bijdrage aan de totale stralingsdosis die je per jaar oploopt is komt van de geneeskunde. Röntgenfoto’s tot 1 millisievert per foto. Een CT-scan: 10 millisievert. Door de geneeskunde neemt de hoeveelheid straling die door de bevolking wordt opgelopen naar schatting met enige tientallen procenten toe.

Beperken risico’s

De kunst is om de dosis straling die je oploopt zo veel mogelijk te beperken. Bronnen en radioactieve stoffen moeten we dus weghouden van mens en milieu. Dat kan goed met allerlei technische maatregelen die straling afschermen en radioactieve stoffen isoleren. Een groot voordeel is dat je straling erg goed en heel precies kunt meten. Iedereen kent het geluid van een tikkende Geigerteller. Zodra je radioactiviteit meet, moet je maatregelen nemen.

Het gebruik van veilige verpakkingen, veiligheidsomhullingen met veiligheidsbarrières en deugdelijke afscherming is effectief. Zolang je radioactief afval isoleert en afschermt is het niet gevaarlijk.

Probleem?

Wat velen als een probleem zien, is de langdurigheid waarmee sommige stoffen stralen. Alle radioactiviteit verdwijnt op den duur door radioactief verval. Veel radioactiviteit verdwijnt snel of binnen enkele (tientallen) jaren. Maar sommige stoffen (plutonium) doet er vele duizenden jaren over om te vervallen.

Technisch gesproken is de mens in staat om radioactief afval voor de eeuwigheid op te slaan zodat het in de loop van de tijd veilig kan vervallen. Helaas is de eeuwigheid voor de mens een niet te bevatten tijdsspanne. Dat maakt het een moeilijk te accepteren oplossing.

Het dilemma dat hier speelt, is dat de samenleving een afweging moet maken. Wegen de voordelen van het gebruik van radioactieve processen (grootschalige klimaatneutrale energieproductie, nucleaire geneeskunde, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek) op tegen de nadelen van een hoeveelheid langdurig gevaarlijk afval. Voorstanders van nucleaire technologie benadrukken de voordelen, tegenstanders de nadelen. Voor en tegenstanders houden elkaar in Nederland ongeveer in evenwicht, onze samenleving is hierover nog steeds in discussie.

Ongeacht de uitkomst, hebben we in ons land al een bepaalde hoeveelheid radioactief materiaal (waaronder afval) waarmee we zorgvuldig moeten omgaan. Afschermen en isoleren maken de risico’s beheersbaar.